SWOV Catalogus

346195

Apparatuurgebruik, gordeldracht en gebruik kinderzitjes door automobilisten en chauffeurs : in auto’s, bestelwagens en vrachtwagens.
20210389 ST [electronic version only]

[S.l.], Rijkswaterstaat RWS, 2020, 26 p.

Samenvatting Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voert beleid om afleiding door apparatuur in het verkeer tegen te gaan. Om deze reden is in het najaar van 2016 een zogeheten ‘proefmeting’ uitgevoerd naar het apparatuurgebruik in het gemotoriseerd verkeer (auto’s, bestelwagens en vrachtwagens), met als doel een standaard meetmethode te ontwikkelen. Op basis van de proefmeting is een aantal aanbevelingen gedaan om de betrouwbaarheid van de metingen te vergroten. In de zomer van 2018 is een tweede meting (de 0-meting) naar apparatuurgebruik in de auto uitgevoerd, waarin deze aanbevelingen zijn opgevolgd. In de nazomer van 2020 is opnieuw een meting naar apparatuurgebruik in de auto uitgevoerd (de 1-meting). Tijdens de meting van 2020 is geobserveerd vanaf 7 vaste posities langs de kant van de weg (maximum toegestane snelheid 70 km/h) en op 8 snelwegtrajecten door met het verkeer mee te rijden. Dit zijn dezelfde posities en trajecten als in 2018. In totaal is van ruim 9.000 bestuurders het apparatuurgebruik geregistreerd. Nieuw aan het onderzoek van 2020 is de registratie van gordeldracht en het gebruik van kinderzitjes. Tijdens de meting van 2020 was 91% van de waargenomen bestuurders niet actief met apparatuur bezig (bellen of aan scherm zitten). Door 4% van de waargenomen bestuurders werd handheld gebeld: 1% had hierbij de telefoon aan het oor en 3% had de telefoon in de hand/op het stuur. Het scherm werd door 3% bediend. Bij het meten van schermgebruik is geen onderscheid gemaakt tussen telefoon in hand of in houder en is het dus onbekend in welke mate de houder gebruikt werd. In 2020 belde ten slotte 2% handsfree. In 2018 lag het aandeel van de waargenomen bestuurders dat geen apparatuur gebruikte op 85%. Er is daarmee in 2020 sprake van een significante daling in apparatuurgebruik. Van de 137 waargenomen kinderen kleiner dan 1,35m zat 91% in een kinderzit of Maxi-Cosi. Van de 11.429 waargenomen inzittenden (bestuurders en passagiers) droeg 97% een gordel. Het waargenomen gordelgebruik is in personenauto’s 99% en in vrachtauto’s 88%. Om de ontwikkeling in de tijd te kunnen monitoren, is het van belang dat de meting periodiek op dezelfde manier wordt herhaald. Het onderzoek van 2020 heeft daarnaast aangetoond dat de metingen succesvol uitgebreid kunnen worden met metingen van gordelgebruik en kinderzitjesgebruik. (Author/publisher)
Full-text
Dossier
Suggestie? Neem contact op met de SWOV bibliotheek voor uw opmerkingen
Copyright © SWOV | Juridisch voorbehoud | Contact