SWOV Catalogus

345198

Polyfarmacie bij kwetsbare ouderen : nventarisatie van risico’s en mogelijke interventiestrategieën.
20200068 ST [electronic version only]
Lemmens, L.C. & Weda, M.
Bilthoven, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2013, 46 p., 50 ref.; RIVM Briefrapport 080027001/2013

Samenvatting Veel 65-plussers gebruiken dagelijks 5 of meer verschillende geneesmiddelen (polyfarmacie). Vooral bij kwetsbare ouderen kan dit risico's met zich meebrengen, zoals onnodige ziekenhuisopnamen. Er bestaan diverse richtlijnen en handreikingen die een veilig gebruik van medicatie kunnen verbeteren. Enkele knelpunten bemoeilijken echter dat de aanwijzingen in deze documenten worden uitgevoerd. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM naar risico's van polyfarmacie bij kwetsbare ouderen en naar maatregelen die deze risico's kunnen beperken. Het onderzoek is op verzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) uitgevoerd. Ongeveer 30-45 procent van de 65-plussers (zo'n 750.000 tot 1 miljoen mensen) gebruikt 5 of meer verschillende geneesmiddelen. Voor bijna 20 procent van de 75-plussers loopt dit aantal op tot meer dan 9. Dat komt neer op ongeveer 200.000 mensen. De meest frequente problemen bij ouderen met polyfarmacie zijn dat ze te veel medicijnen innemen: men gebruikt één of meer geneesmiddelen die niet, of niet meer, nodig zijn (overbehandeling). Ook kan er sprake zijn van onderbehandeling: dan is een geneesmiddel wél nodig, maar wordt het niet voorgeschreven. Voor sommige groepen ouderen, zoals bewoners van verzorgingshuizen, blijkt dat ongeveer 40 procent van hen wordt over-of onderbehandeld. Ook wordt een ongunstige wisselwerking tussen verschillende geneesmiddelen, evenals vermijdbare bijwerkingen als probleem bij mensen met polyfarmacie gemeld. Deze problemen ontstaan onder andere doordat soms meerdere artsen geneesmiddelen aan één patiënt voorschrijven en onvoldoende informatie wordt uitgewisseld welke medicijnen in de loop van de tijd zijn voorgeschreven, gewijzigd of gestopt. Het gaat hier zowel om de informatie-uitwisseling tussen zorgverleners onderling als tussen zorgverleners en patiënt of mantelzorger. Andere oorzaken zijn het gebruik van risicovolle geneesmiddelen, zoals bloedverdunners en bepaalde pijnstillers, en beperkingen in de gezondheid van de patiënt, zoals een verminderde nierfunctie. Bij de knelpunten die de uitvoering van de richtlijnen belemmeren gaat het bijvoorbeeld om gebrekkige informatietechnologie, waardoor informatie niet eenvoudig elektronisch kan worden uitgewisseld tussen de verschillende zorgverleners. Dit is bijvoorbeeld het geval als er met een medicijn moet worden gestopt. Daarnaast is de samenwerking en communicatie tussen de diverse zorgverleners niet altijd optimaal. Zo kunnen afspraken tussen artsen en apothekers ontbreken over de uitvoering van medicatiechecks. Verder is er gebrek aan tijd en financiering om bepaalde richtlijnen, zoals voor een jaarlijkse medicatiecheck, uit te voeren. Ook is niet duidelijk welke combinatie van factoren nu het allerhoogste risico vormen voor ouderen met polyfarmacie. (Author/publisher)
Full-text
Dossier
Suggestie? Neem contact op met de SWOV bibliotheek voor uw opmerkingen
Copyright © SWOV | Juridisch voorbehoud | Contact