SWOV Catalogus

344345

Vervolgmeting apparatuurgebruik fietsers.
20180307 ST [electronic version only]
Broeks, J. & Zengerink, L.
[Den Haag], Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat RWS, 2017, 26 p.

Samenvatting In opdracht van Rijkswaterstaat heeft NDC Nederland in april 2017 onder 7529 fietsers gemeten wat het gebruik is van apparatuur, zoals smartphones of mp3-spelers. Deze vervolgmeting volgt op de eenmeting die is uitgevoerd in april 2016, en de nulmeting die is uitgevoerd in september 2015. Het doel is om het effect van de campagne ‘Aandacht op de Weg’ te meten. In deze campagne is getracht weggebruikers zich ervan bewust te maken dat ze hun aandacht niet kunnen verdelen tussen het verkeer en de smartphone. Van alle fietsers gebruikt 23% apparatuur; 16% luistert muziek, 4% bedient een scherm en 2% is aan het bellen. Het aandeel fietsers dat apparatuur gebruikt tijdens het fietsen is daarmee gelijk gebleven ten opzichte van april 2016. Onderlinge verschillen zijn geconstateerd in het apparatuurgebruik in de 10 steden. In Amsterdam zijn de meeste fietsers waargenomen die apparatuur gebruiken (45%), terwijl in Rotterdam de minste fietsers zijn waargenomen met apparatuur (13%). Er zijn zowel steden waar een significante afname in apparatuurgebruik te zien is, als steden waar het apparatuurgebruik onder fietsers significant toegenomen is. Deze toenames én afnames zijn hoofdzakelijk toe te schrijven aan het aandeel fietsers dat muziek luistert. Uit de metingen blijkt dat 84% van alle fietsers 2 handen aan het stuur heeft. Er wordt nauwelijks met ‘losse handen’ gefietst, ongeacht het wel of niet gebruiken van apparatuur. Men heeft dus minstens een hand aan het stuur, ook de fietsers die handheld bellen, of een scherm bedienen. Wel is een significante afname gevonden in het aandeel fietsers dat beide handen aan het stuur heeft als handsfree wordt gebeld van 69% naar 43%. De leeftijdscategorie die het meest gebruik maakt van apparatuur tijdens het fietsen is de groep 18 tot 25-jarigen (46%), gevolgd door 12 tot 18-jarigen (33%). Fietsers van 50 jaar of ouder (3%) en onder 12 jaar (7%) gebruiken de minste apparatuur tijdens het fietsen. Het aandeel fietsers dat apparatuur gebruikt tijdens het fietsen in de leeftijdscategorie van 18 tot 25 jaar is zelfs toegenomen ten opzichte van de meting in april 2016. Een significante afname is te zien bij de leeftijdsgroepen 25 tot 50 jaar en 50 jaar of ouder. Net als bij de voorgaande metingen is een verband gevonden tussen het wel of niet fietsen in een groep en apparatuurgebruik op de fiets. In een groep maakt 10% gebruik van apparatuur tijdens het fietsen, terwijl 24% van de fietsers die niet in een groep fietst apparatuur gebruikt op de fiets. Ten opzichte van 2016 zijn geen verschillen waargenomen. (Author/publisher)
Full-text
Dossier
Suggestie? Neem contact op met de SWOV bibliotheek voor uw opmerkingen
Copyright © SWOV | Juridisch voorbehoud | Contact