SWOV Catalogus

343115

Rijden onder invloed in Nederland in 2002-2015 : ontwikkeling van het alcoholgebruik van automobilisten in weekendnachten.
C 51780 [electronic version only]
I&O Research
's-Gravenhage, Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat, 2016, 48 p.

Samenvatting Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving (WVL), voorheen Dienst Verkeer en Scheepvaart (DVS) voerde van 1999 tot en met 2008 jaarlijks onderzoek uit naar het rijden onder invloed van alcohol in Nederland. In 2009 is de onderzoeksopzet geëvalueerd en is besloten het onderzoek uit te besteden aan I&O Research. In 2010 zijn door I&O Research voor het eerst metingen uitgevoerd, de meting van 2015 was de vierde die door I&O Research is uitgevoerd. De opzet is hetzelfde gebleven als in de periode 1999-2008. De opdrachtgever van het onderzoek is het Directoraat-Generaal Bereikbaarheid van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. In 2015 is besloten om de weegprocedures aan te passen. Een uitgebreide beschrijving van de nieuwe wegingen is te vinden in de onderzoeksverantwoording. Alle uitkomsten zijn met terugwerkende kracht zowel volgens de oude als de nieuwe weegmethode gewogen en geanalyseerd. In de rapportage wordt de nieuwe weging aangehouden in hoofdstukken 2 en 3. In de bijlage zijn alle gerapporteerde resultaten volgens zowel de oude als de nieuwe weegprocedure weergegeven. Van een trendbreuk is feitelijk geen sprake, omdat alle resultaten met terugwerkende kracht worden herwogen. Wel is er sprake van ‘nieuwe’ cijfers, met name op het niveau van de politieregio’s en de dagen van de week. In samenwerking met de politie worden tweejaarlijks alcoholcontroles uitgevoerd, verdeeld over de 10 Nederlandse politieregio’s. In 2015 zijn ruim 16.000 blaastesten afgenomen. Dit aantal is ruim voldoende om betrouwbare uitspraken op vrijwel alle meetniveaus te doen. Waar deze betrouwbaarheid in het geding is, wordt dit in deze rapportage vermeld. De respons was in 2013 hoger (rond de 25.000). Dit heeft te maken met het hoger aantal metingen dat destijds nog werd ingevoerd (55 in totaal). De metingen bestaan uit een aselecte steekproef van automobilisten die in de nacht van vrijdag op zaterdag (vrijdagnacht) en van zaterdag op zondag (zaterdagnacht) tussen 22.00 en 4.00 uur aan het verkeer deelnemen. Iedere automobilist is verplicht een ademtest af te laten nemen, en wanneer men bij deze ademtest op straat de alcohollimiet van 0,5‰ (ervaren bestuurder) of 0,2‰ (beginnende bestuurder) overschrijdt, volgt een ademanalyse test welke zal moeten bepalen of de bestuurder daadwerkelijk de limiet overschrijdt. Nationale ontwikkelingen: Vanwege de vergelijkbaarheid met voorgaande jaren wordt eerst het onderscheid tussen beginnende en ervaren bestuurders losgelaten. De eerstvolgende cijfers in deze samenvatting hebben betrekking op de totale groep bestuurders met een Bloed Alcohol Gehalte (BAG) van 0,5‰ of meer. Aan het einde van deze samenvatting wordt de groep beginnende bestuurders apart behandeld. De belangrijkste ontwikkeling is dat het percentage overtreders gelijk is gebleven: in 2015 (en dus ook in 2013) komt dit uit op 1,7 procent. Regionale ontwikkelingen: Ontwikkelingen op regioniveau worden — vanwege de grote verandering in indeling van politieregio’s (van 25 teruggegaan naar 10) alleen volgens de nieuwe weegmethode gerapporteerd. Het percentage bestuurders dat teveel gedronken heeft, is in 2015 het hoogst in de provincies Noord-Holland (3,0 procent) en Zeeland (2,8 procent). In Noord-Holland stijgt het percentage overtreders hiermee 0,8 procentpunt ten opzichte van 2015. In 2013 werden er in verhouding veel overtreders geconstateerd in Noord-Brabant (2,3 procent). Dit aandeel daalt in 2015 naar 1,4 procent. In 2015 heeft de provincie Drenthe met 1,0 procent het laagste percentage overtreders, waar dit in 2013 nog 1,6 procent was. Ontwikkeling naar politieregio: In de politieregio Amsterdam wordt in 2015 het vaakst teveel gedronken (door 3,2 procent van de automobilisten, in 2013 was dit 2,5 procent). Ook in Noord-Holland (3,0 procent) en Midden-Nederland (2,0 procent) is het aandeel bestuurders dat teveel heeft gedronken hoger dan gemiddeld in 2015 (1,7 procent). Ten opzichte van 2013 is het percentage bestuurders dat teveel heeft gedronken met 1 procentpunt gedaald in de regio Zeeland en West-Brabant (naar 1,8 procent). Ook in Den Haag (van 1,6 naar 0,8) en Oost-Brabant (2,1 naar 1,56 procent) daalt het aandeel overtreders in 2015. Ontwikkeling naar geslacht en leeftijd: Door de jaren heen rijden vrouwen minder vaak onder invloed dan mannen. Het aandeel mannen dat teveel heeft gedronken is in 2015 gelijk aan 2013 (2,1 procent). Het percentage onder de vrouwen verandert eveneens nauwelijks en is in 2015 1,0 procent. Naar leeftijd heeft zowel onder mannen als vrouwen de groep tussen 25 en 34 jaar het vaakst teveel gedronken. Onder de mannen tussen 25-34 jaar is dit 2,6 procent (was 2,5 procent). Het percentage vrouwen tussen 25-34 jaar dat in 2015 teveel dronk, bedraagt 1,4 procent. Ontwikkeling naar dag en tijdstip: Door de jaren heen werd er op vrijdagen vaker onder invloed gereden dan op zaterdagen. Dit effect werd wel steeds kleiner. In 2015 is voor het eerst sprake van een omgekeerde situatie: het aandeel bestuurders dat op zaterdag teveel heeft gedronken is voor het eerst groter (1,8 procent) dan op vrijdag (1,5 procent). In 2013 werd op vrijdag (1,8 procent) net iets vaker teveel gedronken dan op zaterdag (1,7 procent). Het aandeel bestuurders dat teveel heeft gedronken is door de jaren heen het hoogst tussen 2.00 en 4.00. Dit is zowel op vrijdag als op zaterdag het geval. Het aandeel overtreders tussen 2.00 en 4.00 daalt op vrijdagen van 4,6 naar 3,1 procent (in 2015), op zaterdag is juist een stijging te zien, van 3,2 naar 3,6 procent. In 2015 is ook onderscheid gemaakt naar de periodes voor 22.00 en na 4.00. Gemiddeld over deze periode is het percentage bestuurders dat in overtreding is met 1,3 procent lager dan het totale percentage (1,7 procent). Dit verschil wordt vooral veroorzaakt door bestuurders die voor 22.00 hebben geblazen; onder deze groep is 0,9 procent in overtreding. Na 4.00 is dit 4,0 procent. Ontwikkeling naar herkomst: Bestuurders die teveel hebben gedronken deden dit in de afgelopen jaren vooral in de horeca: in 2015 gaat het om meer dan de helft (53 procent). In 2015 valt de daling op van het aandeel bestuurders dat bij vrienden, familie of kennissen heeft gedronken (van 28 naar 22 procent). Ook sportkantines worden in 2015 minder vaak genoemd. Hier staan een lichte toename van het drinken op het werk tegenover. Ontwikkeling naar gemeentegrootte: De variabele naar gemeentegrootte is in 2015 aangepast: deze was gebaseerd op een indeling uit 1999, waardoor 7 gemeenten niet meer in de groep pasten waar ze in stonden (oorzaken zijn gemeentelijke herindelingen, bevolkingsgroei en in een geval bevolkingskrimp). In 2015 is het vaakst teveel gedronken in gemeenten van 50.000-100.000 inwoners (2,0 procent), gevolgd door de grootste groep (100.000+, 1,8 procent). In gemeenten met minder dan 50.000 inwoners is het aandeel overtreders het laagst (1,1 procent). Dit was in 2013 nog 1,7 procent. Ontwikkeling beginnende en ervaren bestuurders: Het aandeel beginnende bestuurders dat in overtreding is, bedraagt in 2015 2,7 procent. Dit is een lichte stijging ten opzichte van 2013, toen dit nog 2,5 procent was. Onder ervaren bestuurders is 1,7 procent in overtreding. Met name beginnende bestuurders van 25 jaar en ouder hebben teveel gedronken. Onder de mannen is dit aandeel in 2015 gestegen, terwijl onder mannelijke bestuurders onder de 25 jaar juist een daling is te zien. Het totaalaandeel mannelijke beginnende bestuurders dat in 2015 teveel heeft gedronken daalt licht ten opzichte van 2013. Bij vrouwelijke beginnende bestuurders daalt het percentage overtreders onder de bestuurders jonger dan 25 jaar. In 2015 dronken de beginnende bestuurders vooral in horecagelegenheden. Dit aandeel stijgt in 2015 van 37 naar 51 procent. Hier staat tegenover dat het percentage dat bij vrienden, bekenden of familie dronk bijna is gehalveerd: van 30 naar 18 procent. Ook het aandeel beginnende bestuurders dat dronk in een sportkantine is in 2015 gedaald. In gemeenten van minder dan 50.000 inwoners nam het aandeel overtreders onder beginnende bestuurders in 2015 af. In de gemeenten van 50.000-100.000 inwoners en de grootste groep gemeenten steeg het aandeel overtreders onder de beginnende bestuurders. Conclusies: Na een jarenlange periode van daling is percentage bestuurders dat teveel heeft gedronken (0,5 ‰ of meer) in 2015 stabiel gebleven (op 1,7 procent van het totaal). In 2015 valt op dat het aandeel beginnende bestuurders dat in overtreding is, licht is gestegen. Dit geldt ook voor het aandeel zware drinkers (1,3 ‰ of meer). Leeswijzer: Hoofdstuk 2 bespreekt de ontwikkeling van het percentage overtredingen in de periode 2002-2015. Hierna behandelt hoofdstuk 3 het onderscheid tussen beginnende en ervaren bestuurders. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de relatie tussen alcohol en verkeer als het gaat om alcohol gerelateerde verkeersslachtoffers. (Author/publisher)
Full-text
Dossier
Suggestie? Neem contact op met de SWOV bibliotheek voor uw opmerkingen
Copyright © SWOV | Juridisch voorbehoud | Contact